Over tankies en tanks

woensdag 6 september 2023

Onderstaand artikel verscheen al in de meest recente Buiten de Orde. Hier is de online-editie, met een enkele kleine edit en aanvulling.

Over tankies en tanks: revolutie als contrarevolutie en andersom

Je ziet ze weer meer dan een tijdje terug, op Twitter maar ook in real life op straat: tankies. Met imponeersymboliek zoals rode vlaggen, veelal voorzien van hamers en sikkels, soms zelfs onbeschaamd met de portretten van Stalin en Mao op een kleurrijk spandoek, ontsieren ze demonstraties die voor links moeten doorgaan, bijvoorbeeld op de Eerste Mei. Het kan op de lachlust wekken, maar het is toch niet grappig. En op Twitter vormen ze een ware plaag, deze verheerlijkers van staatsdespotisme, dwangarbeid en het opsluiten van andersdenkenden zolang het in dienst is van wat dan de Opbouw van het Socialisme wordt genoemd – alsof socialisme bestaat uit een economie in staatshanden, geleid door een bureaucratenklasse die zich verrijkt door arbeiders voor zich te laten werken en de zelf de meeropbrengst met geweld achterover te drukken. Maar hoezo eigenlijk dat woordje ‘tankie’?

Waar tankies voor staan

In 1956 kwamen mensen in Hongarije – studenten, schrijvers en dichters maar in groten getale ook arbeiders – in opstand tegen de heerschappij van de Communistische Partij en tegen de Russische overheersing waar die heerschappij mee overeind werd gehouden. Opstandelingen vochten tegen de geheime dienst van Hongarije zelf, en tegen Russische militairen, voorzien van tanks. Na aanvankelijk succes stuurde de leiding van de Sovjet-Unie een grote legermacht, met nog veel meer tanks. Ze hielp daarmee een collaborateursbewind in het zadel, en samen met dat bewind verpletterde het Russische bezettingsleger de revolutie.

Dat bewind, Russische leger en de leiding van de Sovjet-Unie, beweerden daarmee het ‘socialisme’ in Hongarije. Het was allemaal in dienst van het communistische ideaal. Communistische partijen die loyaal waren aan Moskou, de hoofdstad van dit ‘socialisme’, verdedigden de Russische invasie dan ook. Hete veel partijleden – mensen die dachten dat communisme iets met arbeidersstrijd en solidariteit ter maken had – slikten dit niet, haakten af en verlieten de partij. Ze zagen niet in hun je met tanks en onderdrukking tegenover strijdende arbeiders het ideaal dichterbij kon brengen. Sommige partijleden echter bleven, en steunden de Russische invasie en daarmee de onderdrukking van een arbeidersrevolutie door middel van tanks. Deze mensen – die hard stalinisten dus – kregen al snel het etiket ‘tankie’ opgeplakt.(1) De eerste tankies waren dus de mensen in met name de Britse Communistische Partij die de kant van Moskou en diens Hongaarse zetbazen kozen.

Gaandeweg is de betekenis van het woordje ‘tankie’ verbreed. Wie koos voor Brezjnev tegen dissidenten in de Sovjet-Unie, in 1968 koos voor Russische tanks in Tsjecho-Slowakije tegen een partijleiding en bevolking die dacht dat je het officiële communisme best met wat meer vrijheid kon combineren, wie in 1979 koos voor het sturen van Russische militairen en tanks naar Afghanistan, wie in 1981 koos voor Jaruzelski in Polen tegen de onafhankelijke vakbeweging Solidarnocs, wie in 1989 koos voor Deng die het leger afstuurde op hongerstakende, demonstrerende en pleinbezettende studenten en hun supporters in Beijing, en wie die keus enthousiast bleef pushen als lichtend voorbeeld… zulke mensen kun je tankie noemen.

Mensen die regimes nastreven die lijken op Mao’s China, Stalins Rusland en dergelijke, en daarbij de repressie van zulke regimes als noodzakelijk recht praten of zelfs verheerlijken – dat zijn tankies. ACAB roepen maar erbij zeggen dat dit niet geldt voor ‘socialistische’ politieagenten– want die ‘dienen het volk’… – dat is tankie-politiek. Gezien het tekort aan Marxistisch-Leninistische staten om toe te juichen, kiezen tankies vaak ook partij voor andere griezelregimes als die zich op een of andere manier tegenover de VS opstellen of doelwit van VS-interventie zijn. Destijds het Libië van Kadhafi, later het Syrië van Assad, het Iran van Khamenei en natuurlijk het Rusland van Poetin zijn vaak object van zulke ondersteuning. Marxistische pretenties hebben deze regimes niet, maar dat ze zich tegenover het ‘Amerikaanse imperialisme’ opstellen is blijkbaar al genoeg. Alsof er geen andere imperalismes zijn.

Het betreft hier dus een politieke traditie die zich als links verpakt maar bereid is om de waarden die je met linkse politiek associeert – sociale gelijkheid, solidariteit, vrijheid en zelfbeschikking – in het hier en nu gewelddadig opzij te schuiven als de voorhoede, de partijleiding zegt dat zoiets nodig is om die linkse waarden ‘ooit’ onder hun onmisbare geniale leiding te laten zegevieren. Het is door en door autoritaire politiek. Het is politiek die niet zo morsdood is als je zou mogen denken en hopen. Want gezien de erfenis van het Stalinisme – inclusief haar variant het Maoïsme – het spoor van repressie en van misdadig bloedvergieten dat Communistische eenpartijstaten en bewegingen op weg daarheen hebben nagelaten – zou je toch denken dat mensen die opkomen voor sociale gelijkheid, vrijheid, zelfbeschikking en solidariteit, nog niet met handschoenen aan en een mondmasker voor in de buurt van zulke politiek zouden willen komen, behalve dan om die te bestrijden. Niets is minder waar: tankie-politiek is springlevend. En oude leugens worden in dienst van die politiek doodleuk herkauwd.

Zo zag ik tot mijn verbijstering afgelopen jaar een uitgebreid artikel over precies die Hongaarse Revolutie waar het ontstaan van dat woordje ‘ tankie’ aan is gekoppeld – en het was de klassieke stalinistische tankie-versie van de gebeurtenissen. Het artikel verscheen in Voorwaarts, het online-magazine van de Communistische Jongerenbeweging CJB, de jongerenclub van de Nieuwe Communistische Partij Nederland. De titel geeft aan uit welke hoek de wind waait: ‘de gepoogde contrarevolutie in Hongarije 1956’.(2) Even decoderen: die ‘contrarevolutie’, dat was de revolutie in Hongarije. Het was echter slechts een ‘gepoogde’ contrarevolutie, want Rusland, pardon, de Unie van Socialistische Sovjet Republieken was zo vriendelijk geweest die ‘contrarevolutie’ met grof militair geweld te onderdrukken. Het artikel legde het allemaal keurig uit, compleet met voetnoten en literatuurverwijzing. Van de veertien noten verwijzen er acht naar rechtstreeks stalinistische bronnen, waaronder drie keer een partijgeschiedenis van de KKE, de Griekse Communistische partij, berucht vanwege haar orthodoxe stalinistische lijn. Heel evenwichtig en objectief allemaal.

Nu kunnen we ons over zoiets vrolijk of kwaad maken, afhankelijk van ons humeur. Maar er staat wel iets op het spel. Waar revoluties via propaganda omgetoverd worden in contrarevoluties, waar de geschiedenis wordt vervalst door onderdrukkers en onderdrukten van plaats te doen verwisselen, en waar dat gebeurt onder een rode vlag en met linkse pretenties, daar loopt ook onze huidige en toekomstige bevrijding gevaar. Door de Hongaarse revolutie weg te liegen, wordt ons het zicht op leerzame gebeurtenissen, leerzame voorbeelden en inspiratiebronnen vertroebeld of zelfs ontnomen. Dat kunnen we maar beter niet zomaar laten gebeuren. Daarom is het ook in 2023 de moeite waard voor anarchisten om de Hongaarse gebeurtenissen van dat jaar eens te bespreken.

Een ironische revolutie

Hongarije 1956 was een land in crisis, bestuurd door keiharde heersers die met de crisis geen raad wisten. De crisis explodeerde, de bevolking kwam in opstand. Daarvoor had die bevolking – studenten, intellectuelen, boeren maar vooral ook arbeiders – redenen te over. De heersers stonden aan het hoofd van een bewind dat de economie in staatshanden had gebracht, arbeiders opjoeg om steedas harder te werken tegen laag loon, boeren eerst het land gaf dat het bewind aan grootgrondbezitters had ontnomen, om vervolgens diezelfde boeren het land weer af ter pakken om ze in staatsboerderijen samen te brengen. Het bewind werd gedomineerd door de Communistische Partij die na 1945 gaandeweg alle macht aan zich had getrokken, onder dekking van het leger van de Sovjet-Unie dat de nazi-legers uit Hongarije had gejaagd.

Boeren en arbeiders werkten voor een overheidsbureaucratie die zich gedroeg als de kapitalistenklasse die het in feite ook was. Die klasse nam het er goed van, terwijl de bevolking in armoede verkeerde. Dat was dan nog het deel van de bevolking dat niet opgesloten was in gevangenissen en strafkampen – zoals heel veel mensen wel overkwam. Hongarije had nog drie klassen, grapten mensen bitter: ‘degenen die in de gevangenis gezeten hebben, degenen die gevangenzitten, en degenen die in de gevangenis zullen zitten.’(3) Het bewind zag overal ‘spionnen’ en ‘fascisten’. De geringste kritiek kon genoeg zijn voor zware straffen en mishandeling door geheime agenten van de gevreesde geheime politie, de AVO. Het salaris van AVO-agenten was drie keer zo hoog als het gemiddelde loon, officieren kregen negen tot twaalf keer zoveel.(4) Het kantoor van de AVO was gevestigd in het vroegere hoofdkantoor van de Pijlkruisers, de nazi-beweging van Hongarije doe met het Derde Rijk had samengewerkt, en nogal wat AVO-agenten waren voormalige Pijlkruisers.(5). Deze hele terreurmachine had een functie: door middel van angst de bevolking gedisciplineerd aan het werk houden tegen zo laag mogelijke kosten. Uitbuiting, dus. Intussen hield het regime de schijn op dat het bezig was met de opbouw van een klassenloze, socialistische maatschappij.

Na de dood van Stalin – chef van Rusland, en van het Oostblok waar Hongarije deel van uitmaakte – begon het Hongaarse bewind met voorzichtige hervormingen om wat druk van de ketel te halen. Voormalig landbouwminister Imre Nagy werd premier. Die man was populair omdat hij de landverdeling had helpen doorvoeren. Maar hij was door de ultrastalinistische partijleider Rakosi opzij geschoven. Zijn comeback gaf mensen wat hoop. Gevangenen kwamen vrij, boeren mochten de staatsboerderijen verlaten als ze dat wilden, de immense druk van hogerhand werd minder. In 1955 trapte het bewind alweer op de rem, Nagy verloor het premierschap en zijn lidmaatschap van de partij.

In 1956 hield de chef van de Sovjet-Unie Chroesjtsjov zijn ‘geheime rede’ voor het Twintigste partijcongres, waarin hij Stalins misdaden deels erkende en blootlegde. In Oost-Europese staten ging het gonzen van kritiek en verandering. Arbeiders in Polen kwamen in opstand. Hun verzet werd in twee dagen neergeslagen, maar bij de bestraffing van ‘raddraaiers’ waren de straffen opvallend licht. De Poolse partijleiding kwam in handen van mensen die hervormingen nastreefden en de nationale onafhankelijkheid bewaakten, ook tegen de Sovjet-Unie. In Hongarije zwabberde de leiding tussen het doen van toegevingen aan critici – vooral uit intellectuele kringen – en het herstellen van de repressie tegen juist die critici. Schrijvers en dergelijke vormden de Petőfi kring – genoemd naar een negentiende eeuwse Hongaarse dichter – waarvan de bijeenkomsten steeds drukker werden bezocht en waar steeds luider kritiek op het bewind weerklonk. Studenten roerden zich. Arbeiders begonnen zich te doen gelden.

Op 22 oktober hielden studenten in Boedapest een bijeenkomst waar ze opriepen tot een solidariteitsbijeenkomst met de Polen in hun strijd voor meer vrijheid. De volgende dag trok de demonstratie eerst duizenden, maar gaandeweg vele tienduizenden deelnemers. Een klein deel – toch nog ettelijke duizenden mensen, ging naar het Stalin-standbeeld, dat omvergehaald werd. De overgrote meerderheid ging naar het radiogebouw en eiste dat de eisen van de studenten werden voorgelezen. Voor het gebouw stonden AVO-linies. Toen de menigte opdrong, openden AVO-agenten het vuur met machinegeweren. Demonstranten beantwoordden deze oorlogsverklaring vanuit het bewind, en kwamen in opstand, in Boedapest en in het hele land.

De regering eiste dat de opstandelingen zich zouden overgeven en vroeg het aanwezige Russische leger om de Orde te herstellen. Opstandelingen vochten al snel tegen Russische tanks, en vaak met aanzienlijk succes. Vanaf 24 oktober staakten arbeiders in het hele land tegen de onderdrukking en de aanwezigheid van Russische troepen. In en vanuit de fabrieken vormden ze revolutionaire raden, arbeidersraden, waarvan er al snel enkele honderden functioneerden. Die sloten zich per stad en regio aaneen en bestuurden steeds grotere delen van de maatschappij, tegenover een radeloze regering die wanhopig en goeddeels tevergeefs om gehoorzaamheid vroeg in ruil voor hervormingen. Die regering stond weer onder leiding van Nagy, die door de stalinistische apparatsjiks snel naar voren was gehaald om te doen wat zij zelf niet meer konden. Nagy had immers nog aanzien onder de bevolking, de harde stalinisten niet. Maar pas toen hij de opstandige bevolking ging prijzen in plaats van vermanen, en toen de Russische troepen zich terugtrokken tot buiten de opstandige steden, keerde er iets van rust terug.

De stalinistische staat was feitelijk ingestort. De bevolking, deels bewapend, bestuurde grote delen van de maatschappij door middel van raden gekozen waren en onder toezicht van de opstandige bevolking zelf stonden. Politieke gevangenen kwamen vrij, en met de verhalen over wat voor folteringen zij vaak hadden moeten doorstaan, groeide de haat jegens de AVO. Opstandelingen joegen op AVO-agenten, en dat zulke agenten soms het vuur openden op revolutionaire menigten. Vergrootte de woede nog. Opstandelingen knoopten AVO-lui op, of sloegen ze dood.’Nadat de rebellie verpletterd was stelden de Hongaarse autoriteiten zelf het aantal leden van de veiligheidsdienst dat gedood was op 234 – een opmerkelijk laag aantal, gezien de omstandigheden.’(6) Geen vreemde conclusie, gezien de immense terreur waar de AVO verantwoordelijk voor was en waarvoor haar agenten nu een rekening kregen gepresenteerd.

In de marge van de opstand richtten mensen ook allerhande politieke partijen die door stalinistische partijdictatuur waren onderdrukt, weer op. Vele invloed op de gebeurtenissen hadden die niet, al trokken ze snel veel leden. Mensen sloten zich er bij aan, niet zozeer om via die partijen actief te worden – daar hadden mensen hun revolutionaire raden voor! – maar eerder puur omdat het weer mocht, als een uiting van de herwonnen vrijheid. En ja, in die vrijheid doken er ook anderhalve fascist en wat reactionaire types op. Maar de stemming onder de bevolking – tot uiting komend in eisen en verklaringen – was heel duidelijk: de fabrieken in handen van de arbeiders, het land aan de boeren, uitings- en organisatievrijheid in de hele maatschappij, zeggenschap voor de bevolking en niet voor een enkele partij. Van een verlangen om de fabrieken weer terug te geven aan voormalige eigenaren en het land weer aan de grootgrondbezitters te geven, was weinig te merken. De opstandige bevolking wilde de genationaliseerde economie niet privatiseren, maar socialiseren, uit handen van de bureaucratische bazenklasse halen en werkelijk samen in handen van de mensen zelf brengen.

Die bazenklasse was haar macht goeddeels kwijtgeraakt in wat overduidelijk een grote en serieuze revolutie was. Goeddeels, maar niet helemaal. En in Moskou zochten machthebbers naar manieren om de macht van die klasse – de zetbazen van Moskou – alsnog te redden. Toen concessies – meer politieke vrijheid, terugtrekking van Russische troepen uit de steden – mensen eerder aanmoedigden om steeds verder te gaan, toen premier Nagy daar steeds verder in meeging om te redden wat er voor de heersers te redden viel, wijzigden de Russische leiders de koers. Toen Nagy Hongarije neutraal verklaarde en uit het door de Sovjet-Unie geleide Warschaupact trad, waren Russische troepen al; aan het hergroeperen en kwamen er versterkingen bij. Intussen was partijleider Kadar – nog maar iets eerder naar voren gehaald als opvolger van stalinist Gero – overgelopen, en dook op als nieuwe leider die de Sovjet-Unie vroeg om ‘broederlijke bijstand’.

Met het verlenen daarvan was op zo’n verzoek door Moskou niet gewacht. Op 4 november 1956 volgde een verpletterende Russische aanval op Boedapest en andere steden. Met zesduizend tanks en vele tienduizenden militairen sloeg een militaire overmacht de gewapende verzet van de opstandelingen neer. Tanks schoten arbeiderswoningen plat, AVO-agenten hervonden hun moed en terroriseerden opstandelingen. Maar een de zeer hardnekkige stakingen en aan de invloed van arbeidersraden die het arbeidersverzet coördineerden, konden de bezetters en hun zetbazen aanvankelijk weinig doen. Het kostte een jaar van intimidatie, valse beloften, arrestaties, deportaties en executies voordat het herstelde communistische bewind zich sterk genoeg voelde om de arbeidersraden helemaal op te heffen. Nagy was intussen ontvoerd en werd uiteindelijk geëxecuteerd. Heel veel revolutionairen overkwam het zelfde. De contrarevolutie had gezegevierd. Het ‘socialisme’ heerste weer.

Terug naar ‘Voorwaarts’, dat de revolutie een contrarevolutie noemt, en de contrarevolutionaire onderdrukking ervan zo’n beetje uitgeeft voor de verdediging van de revolutie. Ik geef het woord aan Geza Alföldy, in een beknopt overzichtswerkje over de Hongaarse revolutie. ‘Geheel onzinnig is daarentegen de these die de communistische propaganda vanaf het begin verdedigde, dat zich in de herfst van 1956 een contrarevolutie zou hebben afgespeeld. Dat zou betekenen dat de toenmalige volksbeweging zich tegen de verworvenheden van een tevoren voltrokken revolutie zou hebben gekeerd. In Hongarije had echter na 1945 geen enkele door de maatschappij – of door haar arbeidersklasse gedragen revolutie plaatsgevonden: het Hongaarse volk was door een andere staat gewelddadig een vreemd machts- en maatschappelijk systeem opgedrongen.’(7) Inderdaad: de Sovjet-Unie had de Communistische Partij in het zadel geholpen, en die partij verving van hogerhand de particuliere kapitalistenklasse door overheidsfunctionarissen. Dat was een vijandige overname van de BV Hongarije, geenszins een revolutie.

Was er invloed van Westerse geheime diensten op de gebeurtenissen? Uit documentatie bleek achteraf dat de CIA precies een agent in Hongarije had.(8) Radio Free Europe, door de CIA gefinancierd, deed haar best maar ook weer niet: op een opstand in Hongarije was in het kantoor van die zender niemand voorbereid. Westerse wapens? Wapens kregen de opstandelingen van Hongaarse soldaten en zelfs politieagenten, waarvan sommigen zich bij de opstand aansloten. Hoe het Westen ongestoord wapens had kunnen leveren door een met prikkeldraad en bewakers afgegrendelde grens, hebben tankies ook nooit bevredigend uit weten te leggen.(9)

Die arbeiders en al die anderen die de stalinistische dictatuur tijdelijk omverwierpen in 1956, bedreven een revolutie. Een zeer ironische revolutie, dat wel. Istvan Eörsi , lid van de Petofi-kring, zegt: ‘Dat is de gemeenschappelijke valkuil van alle quasirevolutionaire systemen: mensen begonnen de echte boodschap van de officieel uitgedragen ideologie (…) serieus te nemen.’(10) Daar zit iets in, al kun je je afvragen of arbeidersbevrijding ooit wel de ‘echte boodschap’ was van het partijcommunisme dat de macht had. Hoe dan ook, de ironie is helder: arbeiders in opstand tegen een systeem dat in naam van arbeiders die arbeiders vertrapt. Het is een ironie die aan tankies wel niet zal zijn besteed.

Noten:

(1) ‘Hungarian Uprising, 1956’, op: Tankie Wiki, https://tankie.fandom.com/wiki/Hungarian_uprising,_1956 en Mike Harman, ‘Everything you always wanted to know about tankies’, in: ‘Always Against The Tanks – Three Essays on Red Nationalism’, pag. 3 https://ia803102.us.archive.org/32/items/alwaysagainstthetanks/AlwaysAgainstTheTanks.pdf

(2) Hazy Szolt, ‘De gepoogde contrarevolutie in Hongarije 1956’, in Voorwaarts, https://www.voorwaarts.net/de-gepoogde-contrarevolutie-in-hongarije-1956/

(3) Victor Sebestyen, ‘1956 – de Hongaarse Opstand’ (Amsterdam 2006), pag. 71

(4) Rod Jones ‘The Hungarian Revolution:1956’, 1984, op https://theanarchistlibrary.org/library/rod-jones-the-hungarian-revolution-1956

(5) Victor Sebestyen, ‘1956 – de Hongaarse Opstand’ (Amsterdam 2006), pag. 51. Die Pijlkruisers waren een Hongaarse fascistische beweging, zo voeg ik er in deze online-editie van mijn artikel maar even aan toe.

(6) Rod Jones ‘The Hungarian Revolution:1956’, 1984, op https://theanarchistlibrary.org/library/rod-jones-the-hungarian-revolution-1956

(7) Geza Alföldy, ‘Hongarije 1956 – Geschiedenis, Foto’s, Documenten’ (Amsterdam 1996/2006), pag. 25

(8) ‘Hungarian Uprising, 1956’, op: Tankie Wiki, https://tankie.fandom.com/wiki/Hungarian_uprising,_1956

(9) Andy Anderson legt het haarfijn uit in Hungary ’56 (1964), hoofdstuk 22 ‘Faswcist Counterrevolution?’, https://libcom.org/library/Hungary5622 Het hele boekje is trouwens voortreffelijk, te vinden via https://libcom.org/article/hungary-56-andy-anderson

(10) Anne Applebaum, ‘IJzeren Gordijn 0- de inlijving van Oost-Europa 1944-1956’ (Amsterdam 2012), pag. 448

Peter Storm