Een komend fascistenkabinet? Allemaal in verzet!

dinsdag 21 november 2023

Dit is een very long read. Ik wilde het aanvankelijk als serie plaatsen, maar ik wil het ook graag voorafgaand aan verkiezingsdag online gezet hebben, en dat is morgen al. Ik heb er dus toch voor gekozen om het als een enkel lang stuk te plaatsen.

Long read

Uit de paniek, uit de electorale kerkers

Er heerst aan de vooravond van de verkiezingen van 22 november 2023 op de linkervleugel van het internet een vrijwel panische sfeer. De angstige vragen vliegen in het rond, met de bijbehorende, weinig kansrijke antwoorden. Wilders wordt misschien de grootste, hoe houden we die uit het Torentje met onze stem? Moeten we misschien toch niet allemaal Timmermans’ fanclub steunen? Nee, roepen anderen, GL/PvdA gaat dan toch weer neoliberaal meeregeren, we hebben dus juist een Echte Linkse Oppositie nodig in de kamer. Stem dus Bij1! Stem dus PvdD! Dan krijgt extreem-rechts, gewoon rechts en linksig rechts tenminste nog wat tegenspel in de Kamer! Alsof er geen andere, betere fronten zijn waar we de fascisten terug hebben te dringen. En intussen klaagt men verder over de VVD: hoe is het mogelijk dat die na al die jaren van asociaal beleid, maar zoveel support blijft krijgen?

En zo gaat het maar door. Allemaal gevangen in de dodelijke electorale lichtbundel waar ik eerder over schreef. Allemaal gevangen in het idee dat het antwoord op fascistische dreiging en op neoliberaal/sociaaldemocratische inkapseling ligt in wat we op 22 november – morgen intussen al -in dat stemhokje mogen doen.

Het wordt tijd voor een uitbraakpoging uit deze electorale kerkers. Allemaal bevangen door het bizarre idee dat het stemgedrag van een paar duizend linkse mensen in de rol van kiezers serieus gewicht in de schaal legt. En allemaal over het hoofd zien hoe effectief een paar duizend vastbesloten linkse mensen buiten de stembus kunnen zijn – als ze in actie komen en zich daartoe organiseren, niet perse in een enkele club, maar wel in groepen, netwerken, bonden, formeel of informeel, net wat het beste uitkomt. Laten we eens kijken naar de verschillende denkbare uitkomsten. Laten we eens kijken wat ons bij die uitkomsten te doen staat. En laten we kijken welke stappen we dan nu al kunnen zetten.

Dreigende scenario’s: 1. extreem-rechts


Het kan dus zijn dat Wilders met zijn PVV de grootste partij wordt. Maurice de Hondt wil dat blijkbaar graag, en heeft dus dat extra zetels in zijn peiling die kant op geprognosticeerd. Dat die peiling niet betrouwbaar is, wil helaas niet zeggen dat zo’n ‘voorspelling’ geen effect heeft. Een andere peiling houdt het ook al voor mogelijk. Het zou dus zomaar kunnen gebeuren, en het brengt een horrorscenario dichterbij. Dan kan Wilders een formatiepoging doen, en dan krijg je al gauw een scenario van VVD, Ja21, BBB, VVD, Omtzigt, BVNL en/of BBB in beeld. Een kabinet van keihard neoliberaal rechts samen met een assortiment fascisten, geleid door een fascist. Met een programma van openlijke racistische haat, gericht tegen vluchtelingen en tegen moslims, met een grove aanval op demonstratierecht en dergelijke want we hebben gezien hoe PVV-ers en VVD-ers zich uitlieten over zowel de A12-blokkades als over de sit-ins voor Palestina. Zo’n kabinet dienen we gewoon niet toe te laten. We horen de vorming ervan te beschouwen als een oorlogsverklaring aan vluchtelingen, aan gemeenschappen van migranten, aan moslims, aan klimaatactivisten, aan LGBTQI+-mensen, aan de vrijheid om te demonstreren en actie te voeren, aan de sociale zekerheid, het onderwijs , de zorg en het openbaar vervoer en aan allen die daar werken, aan iedereen die gelijkwaardigheid, solidariteit en vrijheid hoog in het vaandel stuurt en ook nog wat leven op de planeet wil zien in de toekomst. We kunnen de vorming van zo’n kabinet maar beter niet afwachten.

Iets gelijksoortigs geldt als de VVD de grootste wordt. Alle kans dat die het ook met extreem-rechts probeert, de VVD heeft de deur naar de PVV intussen nadrukkelijk van het slot gehaald. Dan krijg je dus het vooruitzicht van VVD-premier Yezilgöz met vicepremiers Wilders en/of Van der Plas er naast, met Eerdmans als staatssecretaris van Bestuurlijke Vernieling en Haga als staatssecretaris van Speculatie. Programmatisch zal zoiets moeilijk te onderscheiden zijn van het scenario met Wilders on top. Er gaat een soortgelijke dreiging van uit, al hebben fascisten er iets minder de hoofdrol. Het behelst een soortgelijke oorlogsverklaring aan ons allemaal. Het verdient een soortgelijk antwoord.

Dreigende scenario’s: 2. centrum-‘links’

Een ander, maar nauwelijks gunstiger scenario ontstaat als rechts met centrum-links – misschien beter: pseudo-links – gaat regeren. De weg daarna zou open gaan als de PvdA/GroenLinks combinatie de grootste wordt, of minstens groot genoeg zodat ze in de formatie lastig buitenspel gezet kan worden. Beleidsmatig wordt zoiets wat minder vreselijk dan de rechts-/extreem-rechtse opties die ik hierboven schets. Maar vergis je niet: de PvdA in een regering doet vooral haar best om ‘betrouwbaar’ en ‘verantwoord’ te regeren. Betrouwbaar voor de gevestigde orde, zich van haar verantwoordelijkheid bewust voor de gezondheid van de kapitalistische economie en de daarin dominante ondernemersklasse. Mocht ze die verantwoordelijkheid even uit het oog verliezen, onder druk van een verwachtingsvolle achterban bijvoorbeeld, dan zijn er coalitiepartners – D66? VVD? Omtzigt? – om krachtig naar rechts bij te sturen. De uitkomst is neoliberaal beleid, zoals onder Lubbers (CDA)/Kok (PvdA), 1989-1994; zoals onder Kok en zijn paarse kabinetten van PvdA, D66 en de VVD (1994-2002); zoals onder Balkenende (CDA)/Bos (PvdA), 2007-2010; zoals onder Rutte (VVD)/Asscher (PvdA), 2012-2017. Niets om naar terug te verlangen.

En dit soort kabinetten dienen niet alleen beleidsmatig te worden beoordeeld, maar ook naar het effect op het algehele politieke klimaat. Het is geen toeval dat precies ook in de periode van linkse regeringsdeelname de fascisten groeiden als kool. De nadagen van Paars zagen de pijlsnelle opkomst van Pim Fortuyn, schakelfascist. Met dat laatste woord doel ik op diens rol: een verbindingspunt bieden tussen fascisten en ‘gewoon’ burgerlijk rechtse lieden, een schakel dus tussen rechts en extreem-rechts. Met Fortuyn in de hoofdrol brak een vloedgolf van moslimhaat en racisme door naar het politieke midden. Met zijn aanhang als semi-knokploeg werd alles wat links was verdacht gemaakt en bedreigd met burgeroorlog-achtige retoriek, van de Leider zelf en van zijn agressieve aanhang. Ja, dan moet je ook niet verbaasd zijn dat kogels je Leider de weg naar de macht versperren. Net zo goed als Baudet niet vreemd op hoort te kijken dat zijn haatdragende taal eerst een paraplu en zeer onlangs een bierflesje als antwoord kreeg.

Maar Fortuyn kon zo pijlsnel opkomen in een situatie waarin een regering vaag-linkse retoriek combineerde met neoliberaal beleid. Dat beleid wekte onvrede, en de linksige taal en regeringsdeelname maakte het voor rechts extra makkelijk om die onvrede een anti-linkse richting uit te sturen en te injecteren met ladingen steeds explicieter racisme. Neoliberaal regeren met linksige ministers is een recept voor fascistengroei. Onder latere kabinetten met de PvdA er in zie je die trend doorgaan, met de opkomst van eerst vooral de PVV, later tijdelijk ook het Forum voor Democratie. Een kabinet-Timmermans is een godsgeschenk voor Wilders, Eerdmans, Haga – en mogelijk zelfs een reddingsboei voor Baudet. Wat is er immers mooier voor fascisten dan ‘wokies aan de macht’ die de ‘gewone’ – natuurlijk altijd witte… – ‘mensen’ ‘in de steek laten’ om dure ‘linkse hobbies’ te betalen? Voor een kabinet met Timmermans als vicepremier geldt zoiets in principe ook, en deelname van Klaver verandert evenmin iets wezenlijks.

Dit type kabinetten – geleid door sociaaldemocraten, of minstens met hun deelname – heeft nog een ander schadelijk effect. Maatschappelijke organisaties die tegen rechts beleid mobiliseren, doen dit vaak veel minder enthousiast als het rechtse beleid door linksige politici worden doorgedrukt. De PvdA in de regering betekent voor bijvoorbeeld de vakbondsfederatie FNV: bevriende politici in het zadel, vaak persoonlijke bekenden van vakbondsfunctionarissen. Staken tegen een VVD-kabinet is psychologisch makkelijk: dat is de openlijke klassenvijand. Staken tegen PvdA-ministers is psychologisch veel lastiger voor FNV-ers: het is staken tegen ‘onze eigen’ mensen. Voor milieugroepen en GroenLinks geldt iets dergelijks. Linkse politici kunnen op veel meer begrip van vakbeweging en milieugroeperingen rekenen, en dat begrip ook gebruiken om ‘draagvlak’ te creëren voor links ingekleed maar feitelijk rechts beleid. De neiging van progressieve NGO’s en vakbonden en dergelijke om dan dingen gedaan te krijgen via achterkamerdeals met bevriende ministers is dan ook groter. Dit heeft nogal eens een verlammend effect op de sociale strijd. Radicale groepen vinden onder dit soort omstandigheden moeilijk bredere support in die noodzakelijke strijd. Met ‘onze vrienden’ in de regering is het voor onszelf en onze echte vrienden vaak nog moeilijker organiseren dan met onze openlijke vijanden in het kabinet.

Meer over het gevaar van rechts

Betekent dat nu dat een rechts kabinet de voorkeur verdient, omdat het daartegen makkelijker actievoeren is? Nee, onzin. Makkelijker actievoeren is ook niet alles, en tegen een rechts kabinet is het bepaald niet makkelijker om het actievoeren ook met succes te bekronen. Verder is het hard rechtse beleid zelf, en de legitimatie die ministersposten het fascisme opleveren, al voldoende reden om rechts uit alle macht buiten de regering te willen houden. Maar ik denk wel dat het verschil tussen een openlijk rechts kabinet en een kabinet met sociaaldemocraten niet van dien aard is om bij het aantreden van de linksige optie opgelucht adem te halen. Linkse kabinetten worden niet voor niets nogal eens opgevolgd door rechtse verkiezingsoverwinningen en kabinetten die nog wat rechtser zijn dan het rechtse kabinet dat aan ‘links’ vooraf ging.

Er is nog een reden om een kabinet met fascisten er in – en zeker een kabinet dat door fascist Wilders wordt geleid – te verwelkomen met furieus verzet op leven en dood. Er op rekenen dat zoiets snel uit elkaar valt en dan weinig schade achterlaat is totaal onverantwoordelijk. Een kabinet met fascisten er in gaat niet alleen gevaarlijk rechts beleid voeren. Zo’n kabinet zal via personeelsbeleid, instructies aan ambtenaren, en door haar hele houding en uitstraling, de staat zelf van karakter doen veranderen, naar rechts trekken, in fascistische richting. Politiekorpsen zullen nog minder tegenspel krijgen als ze demonstranten mishandelen en niet-witte en/of vrouwelijke en./of LGBTQI+-agenten het korps uit treiteren. We zullen benoemingen van PVV-burgemeesters krijgen, met effect op de manier waarop politie wordt aangestuurd en handhaving van openbare orde wordt ingevuld. We zullen allerlei tamelijk enge benoemingen en promoties in ambtenarij en aanpalende sectoren – denk ook aan omroepen! – te zien krijgen. Dit zal doorwerken, ook als het kabinet zelf na een paar jaar weer plaats maakt voor een ander.

Een regering van fascisten is nog geen fascistisch bewind. Maar een regering van fascisten kan wel stappen in die richting zetten en de staat verder fasciseren. Een regering van of met fascisten betekent bovendien een enorme opsteker voor fascisten op straat en elders, buiten het officiële staatsapparaat. Met een politieapparaat dat vol geestverwanten zit, met een staat die door wat softere geestverwanten wordt geleid, en met de legitimiteit voor fascisten die van regeringsdeelname uit gaat, schept dit een zeer gevaarlijke situatie.

Wat doen we als… ?

Wat stellen we, als mensen in links-radicale, antiautoritaire, anarchistische netwerken en bewegingen, hier tegenover? Wat worden onze antwoorden op de verschillende scenario’s die ik hierboven schets? Laat ik beginnen met de stembus: die is voor ons onbruikbaar als middel om hier beslissende invloed op uit te oefenen. Niets wat we doen aan stemgedrag komende woensdag zal het verschil maken, om de simpele reden dat we met te weinig zijn. Als we allemaal hetzelfde doen op stembusdag, en we brengen een paar anderen uit onze persoonlijke omgeving ertoe dat ook te doen, zijn we goed voor een kwart tot een halve zetel. Dat zijn de verhoudingen. En we doen niet allemaal hetzelfde op stembusdag, dus we dragen bij aan achtsten tot zestienden van zetels, hooguit. Misschien dat sommigen van ons die ene Kamerzetel van Bij1 weten helpen te behouden. Voor de samenstelling van het komende kabinet maakt ook dat echter geen verschil.

Zelfs als we het misplaatste idee zouden aanhangen dat stembusstrijd het middelpunt van sociale verandering is, dan nog steeds is ons effect via de stembus op de samenstelling van een komend kabinet nihil. Ons effect in de sociale strijd is dat echter helemaal niet! Ik weet uit ervaring hoe de inzet van soms zeer weinig mensen tot demonstraties van tientallen of honderden kan leiden, van mensen ver buiten onze gangbare radicale netwerken bovendien. Zo weinig gewicht we in de stembusschaal leggen, zo veel gewicht leggen we potentieel in de schaal van de sociale strijd. Het is zaak om dat gewicht goed te gebruiken. Hoe? Terug naar de twee formatiescenario’s: een linksig kabinet, met GL/PvdA als minstens deelnemer, mogelijk als grootste partij en premierleverancier; een extreemrechts kabinet, met fascisten erin, mogelijk zelfs als grootste partij en premierleverancier. Beiden vergen een verschillend soort aanpak.

Een linksig kabinet, al dan niet door Timmermans geleid, vergt een tamelijk gangbare aanpak door radicaal linkse en anarchistische mensen. We vechten dan ‘gewoon’ tegen elk afbraak[plan, en voor specifieke sociale verbeteringen: hoger minimumloon, afschaffing van eigen bijdrage in de zorg, een fatsoenlijk stelsel van studiefinanciering, met compensatie voor de pechgeneratie; fatsoenlijke schadevergoeding zonder verdere bureaucratische obstructie voor alle slachtoffers van de toeslagenaffaire; snelle afbouw van fossiele subsidies, zoals halfslachtig enigszins beloofd; goede opvang van vluchtelingen in Ter Apel en elders; snelle invoering van zelfidentificatie voor transgender mensen als enige voorwaarde voor toegang tot transzorg, zonder medische en psychologische poortwachterij, en snelle aanpak voor de schandalige wachtlijsten daarvoor; strijd tegen leegstand, tegen kraakverbod en tegen hoge huren; de lijst kan moeiteloos verder worden uitgebreid. Dit alles te bereiken door demonstratieve, drukverhogende, disruptieve en directe acties, met zeggenschap over de strijd van rechtstreeks betrokkenen. De nadruk ligt hier op het zelf doen, tegen de trend naar inkapseling, overleg en compromissenpolitiek die onder een linksig kabinet zo’n funeste rol speelt. De autonomie van de strijd dient, juist als ogenschijnlijke bondgenoten de regeringskantoren bemensen, met grote scherpte verdedigd te worden.

Binnen deze strijd pleiten we als anarchist dan voor onze principes: we scherpen de strijd inhoudelijk maximaal aan tegen het kapitaal, de staat, haar grenzen en repressieorganen; tegen patriarchaat en LGBTQ+-haat; tegen witte suprematie, koloniale erfenissen en de doorwerking daarvan; tegen validisme en alle vormen van uitsluiting en onderdrukking; tegen natuurvernietiging, speciesisme en planetaire destructie. Eigenlijk is dit een voortzetting van de huidige aanpak van anarchisten en aanverwante links-radicalen. Al kunnen er op allerlei punten dingen best veel beter, bijvoorbeeld in het aan elkaar verbinden van verschillende strijdthema’s, en in het benaderen en in strijd betrekken van mensen buiten onze radicale netwerken, mensen met wie we vaak meer gemeen hebben dan we ons vaak realiseren. Belangrijk onder een linksig kabinet blijft ook de strijd tegen fascisten op straat en in de maatschappij, want juist een linksig kabinet biedt – ik gaf het al aan – zulke fascisten extra groeikansen.

Als er echter een extreem-rechts kabinet – met Wilders als premier, of met Yezilguz aan het hoofd en Wilders aan haar zijde – dreigt aan te treden, dient onze werkwijze radicaal te veranderen. Niet in alle opzichten: de bovenstaande aanpak van strijd blijft nodig, thema voor thema, met daartussen intersectionele verbindingen, en binnen de bredere strijd onze inzet voor anarchistische principes, voor een werkwijze van onderop en voor maximale autonomie van strijd tegenover staat en gevestigde instellingen waaronder vakbeweging en NGO’s, ook als we deels soms daar binnen te werk menen te moeten gaan. Maar we het kabinet in zo’n context ‘gewoon’ als gangbare tegenstander behandelen – natuurlijk is een komend kabinet-Timmermans net zo goed gewoon een tegenstander als welk kabinet dan ook! – daar dient een extreem-rechts kabinet-in-de-maak behandeld te worden als iets dat er helemaal niet mag komen. Alleen al de dreiging ervan hoort groot alarm te betekenen, en dat alarm hoort zichtbaar, hoorbaar en voelbaar te zijn. Bij de komst van Timmermans I is mijn houding: zo, aan de slag, door met de strijd, meer van wat we al kennen. Over de vorming van het kabinet zelf maak ik me verder niet te druk: zolang we nog geen anarchie bereikt hebben, zijn er nu eenmaal kabinetten, en die staan tegenover ons. Bij de komst van Wilders I is mijn houding: no way dat zo’n kabinet er komt! Geen fascisten in en om het Catshuis! En ik vermoed dat deze houding, als we die slim in actie vertalen, wel eens breed zou kunnen resoneren, juist ook bij mensen die links stemmen en nu zien dat het agressieve tegendeel van links aan het regeren dreigt te gaan.

Het zou zomaar kunnen dat we in een straatbeweging tegen een fascistenkabinet nogal wat gefrustreerde en teleurgestelde stemmers op PvdA/GL , PvdD, Bij1, naast ons vinden, aan dezelfde kant van de antifascistische barricaden. Met die mensen houden we discussies. De meningsverschillen tussen anarchisten enerzijds, en allerhande sociaaldemocraten anderzijds, zijn helemaal niet verdwenen en evenmin irrelevant geworden. Maar we vinden elkaar hopelijk in een gemeenschappelijke strijd tegen dreigend fascisme op regeringsniveau. En we vinden elkaar niet in stembus of overlegritueel, maar in actie, op straat, waar we als anarchist in ons element zijn en veel te bieden hebben aan anderen voor wie de straat als strijdtoneel minder vanzelf spreekt en erg onwennig aan kan voelen.

Een straatbeweging is naar mijn idee nodig om Wilders uit de regeringskastelen te houden. Doel van zo’n beweging is dan: zoveel onrust veroorzaken dat regeringsdeelname van fascisten zo omstreden wordt dat andere partijen er van af zien. Zoveel onrust veroorzaken dat de werkelijke heersers in Nederland – niet de politici, maar de CEO’s van grote bedrijven, en de topambtenaren die feitelijk het staatsbestuur in handen hebben – zich zorgen beginnen te maken over de regeerbaarheid van het land, en daarmee van het gladjes functioneren van de kapitalistische orde. De boodschap van zo’n straatbeweging aan het establishment, en aan de politici die een kabinet aan het vormen gaan? Als jullie een fascistenkabinet vormen, in het zadel helpen of toelaten, maken wij het land onregeerbaar en jullie economie onwerkbaar. Met alle middelen die ons dienstig lijken en ons ter beschikking staan. Of we jullie met rust laten als jullie van zo’n kabinet afzien garanderen we niet: misschien krijgt zo’n straatbeweging wel zoveel dynamiek en inhoud dat we het complete establishment ten val gaan brengen. Maar we garanderen wel dat het establishment sowieso de rust niet terugkrijgt zolang de dreiging van fascisten in de regering bestaat, en zo’n regering krijgt een onregeerbaar land tegenover zich.

Dit is natuurlijk allemaal tamelijk makkelijk gezegd: een straatbeweging die Nederland onregeerbaar maakt om een fascistenregering te torpederen. Ik geloof helemaal niet dat dit makkelijk is. Maar ik geloof dat zelfs een mislukte poging tot zo’n beweging bijdraagt aan het versterken van verzet tegen zo’n regering als die er toch komt, aan het opbouw van netwerken en via netwerken verbonden eilanden van solidariteit die tevens uitvalsbases voor verzet zijn tegen de rechtse tankcolonne die er aan dreigt te komen rollen. De taken die we tegenover welk kabinet dan ook voor ons hebben liggen, de dingen die ons als anarchisten sowieso te doen staan, worden door het soort antifascistische straatbeweging waar ik voor pleit allerminst gehinderd. Integendeel! Straatbewegingen als deze versterken de strijd, en kunnen ook het bereik van radicaal-linkse/ anarchistische argumenten en werkwijzen bevorderen. Ik zei al dat anarchisten in strijd op straat juist in hun element zijn, veel meer dan welk soort sociaaldemocraten en ook marxisten dan ook. Laten we dat voordeel inzetten: tegen het fascisme en in het verlengde daarvan ook voor de anarchie, voor een vrije en solidaire maatschappij van gelijkwaardigheid en planetaire rechtvaardigheid.

Extreem-rechts in aantocht? Maak Nederland onregeerbaar!

Wat zouden eerste stappen zijn naar zo’n straatbeweging tegen fascisten-in-de-regfering, tegen een extreem-rechts kabinet? Stap 1 is: de wil uitspreken, luid en duidelijk! Hardop zeggen, schrijven en rondstrooien: fascisten in de regering? De straat op, luidruchtig, disruptief en in grote aantallen! Niet wachten tot zo’n kabinet er zit maar direct actie initiëren. Wordt de PVV de grootste? Nog deze week de straat op! Opent VVD onderhandelingen met PVV, Ja21 en/of BVNL? De straat op! Herhalen zolang de dreiging van zo’n kabinet bestaat, escaleren waar de dreiging concreter wordt.

Het organiseren van zoiets hoeft niet erg moeilijk te zijn en kan per stad gebeuren. Inzetten op een grote landelijke goed voorbereide Manifestatie Met Sprekers en Muziek is nu de dood in de pot, een begrafenis voor de boosheid en bezorgdheid die we nu juist in ontregelende furie dienen om te zetten. Veel beter: afspreken op een vaste dag in de week op een afgesproken tijd te verzamelen in de binnenstad, met potten en pannen en toeters, voor flink wat lawaai,met borden en spandoeken voor de meelezers langs de route. Niks aanmelden, wel aankondigen. Staan we er met ons tienen? Flyers uitdelen aan omstanders, half uur herrie maken en de borden omhoog, na afloop een paar afspraken maken, en de volgende week – of dag! – terugkomen met meer mensen. Staan we er met honderden? Lopen door de binnenstad, leuzen roepen, lawaai maken, raise some hell. Zit de stemming er lekker in? Kruispunt een kwartier bezetten, het verkeer in de binnenstad even stilleggen, en dan weer door. Geen vrede met fascisten! Zolang vluchtelingen, migranten, LGBTQ+-mensen niet met rust gelaten worden, verdient niemand rust.

Dit zijn slechts beginnetjes. Er zijn interessante aanvullingen mogelijk. De VVD overlegt met PVV? Die VVD heeft een partijkantoor, dat kan beschilderd in de nacht, en het pand heeft ook ruiten die kapot kunnen. Mensen kunnen er ook naar binnen gaan en weigeren te vertrekken totdat de VVD aankondigt de onderhandelingen met de PVV stop te zetten, of beter nog: uit de hele formatie te stappen. Een ander idee: naar vakbonden toe stappen/binnen de vakbond je stem verheffen. Immers: fascisten in de regering? Arbeidersrechten in gevaar! Staken! En dan vooral in sectoren als openbaar vervoer, sectoren waar je door staking de maatschappij verder kunt ontregelen. Een extreem-rechtse regering helpen torpederen is immer voor arbeiders doodgewoon een kwestie van zelfverdediging. Vakbonden zullen wel tegenstribbelen tegen zo’n idee, wat arbeiders echter niet hoeft te weerhouden het dan maar zonder hun steun te proberen. O ja, en gezien het klimaatdestructieve beleid dat zo’n regering gaat voeren is het blokkeren van toegangswegen naar de plaats waar formatiebesprekingen plaats vinden – within sight and sound, weet je wel – best een mooi idee.

Er valt nog veel meer te bedenken, de richting is echter duidelijk: druk op straat en in de maatschappij opbouwen zodat het voor kapitalistenklasse en staat steeds onaantrekkelijker wordt om de extreem-rechtse/fascistische kaart uit te spreken. Waar zij dreigen met fascisme, dreigen wij met opstand, en beginnen die te lanceren ook. Ja, dat kan beginnen met vijftien mensen op een stadsplein, voorzien van potten, pannen en een duidelijk spandoek.

Bij dit alles is waakzaamheid op onze flanken nodig. Als wij de straat op gaan tegen fascisten-in-de-regering, is het goed denkbaar dat aanhangers van die fascisten ons lastig gaan vallen. Waar onze protesten nog kleinschalig en vreedzaam zijn, zal politie ons soms beschermen tegen agressie. Niet omdat de politie op onze hand is maar wel omdat de politie geen chaos op straat wenst. Gegarandeerd is die bescherming geenszins, en naarmate wij – heel noodzakelijk! – luidruchtiger en rumoeriger worden, zal de neiging van de politie om zich tegen ons te keren toenemen. Dan komt het er op aan dat we ons leren verdedigen, zowel tegen fascisten als tegen de politie. Ook op dit punt hebben we als anarchisten, met flink wat ervaring in militante antifascistische strijd, aardig wat bij te dragen aan het soort straatprotest dat me hier voor ogen staat in de strijd tegen een dreigen extreem-kabinet.

Ik hoop in het bovenstaande een beetje een schets te hebben gegeven van het soort strijd dat nodig is om een kabinet-Wilders of een aanverwant extreem-kabinet te torpederen. Gaat zoiets lukken? Zo ja, hoe dan verder? Zo nee, wat dan? Als het allemaal niet lukt – de acties komen niet van de grond, deelname blijft erg mager, de boel wordt snel ingekapseld in drie keurige manifestaties en zakt vervolgens in, de politie slaat een paar wildere acties uit elkaar en de boel bloedt dood – dan hebben we het in ieder geval geprobeerd, zijn er leerzame ervaringen opgedaan en hebben misschien toch weer mensen elkaar gevonden in de strijd, in kennismakingen die bij het organiseren van toekomstig verzet maar al te nuttig kunnen blijken. Lukt het wel om een serieuze strijd te lanceren, met wijdverbreid en rumoerig protest en hier en daar daden van daadwerkelijk verzet – dan bouwen we van onderop aan een stuk tegenmacht die ons in de strijd tegen zo’n fascistenregering maar al te goed van pas kan komen.

Lukt het – boven verwachting, maar wie niet waagt die niet wint! – om een extreem-rechts kabinet te helpen torpederen door onze wijd verbreide opstandigheid, dan komt er een ander kabinet – vooralsnog. Dan is waarschijnlijk Timmermans aan zet. Dan gaat de sociale strijd gewoon verder, net als onze anarchistische inbreng daarin. Maar ook die strijd zal flink sterker staan door de antifascistische opstand, het zelfvertrouwen dat de overwinning ervan deelnemers heeft gebracht en door de uitbreiding en versterking van netwerken en zelforganisatie die deze strijd dan naar een overwinning heeft helpen dragen. Bij overwinning en bij nederlaag, die netwerken, die zelforganisatie en de opgedane gezamenlijke ervaringen zijn dan weer uiterst bruikbare wapens voor volgende rondes van strijd.

Maar voor we hier veel langer filosoferen over volgende strijdrondes, laten we eens aan deze ronde beginnen! Er is nog tijd: formaties in Nederland duren vaak maanden. Maar de tijd is bepaald niet onbeperkt, en om voldoende vaart te maken in het soort strijdcampagne waar ik hierboven voor pleit, is het nodig dat we niet blijven afwachten. Laat onze motto’s vanaf nu zijn: fascisten in het kabinet? Allemaal in het verzet! Extreem-rechts-kabinet in aantocht? Maak Nederland onregeerbaar!

Peter Storm