Speldenprikken tegen het systeem: een strategie tegen klimaatcatastrofe (deel 3)

zaterdag 13 maart 2021

Dit is het slotdeel van een driedelige serie. Deel 1 vind je via https://peterstormt.nl/2021/03/10/speldenprikken-tegen-het-systeem-een-strategie-tegen-klimaatcatastrofe-deel-1/ ,deel twee via https://peterstormt.nl/2021/03/12/speldenprikken-tegen-het-systeem-een-strategie-tegen-klimaatcatastrofe-deel-2/

Met hand en tand

In het voorafgaande heb ik een de diervernietigingsindustrie als voorbeeld genomen van klimaatdestructieve bedrijfstak en gekeken hoe je die in het hier en nu op allerlei kleinschalige en doe-het-zelf-manier te grazen kunt nemen. Een soortgelijke aanpak kunnen we tegen andere destructieve economische sectoren hanteren.

Wegenaanleg bijvoorbeeld: dat faciliteert autoverkeer, en vanwege dat autoverkeer worden dus bossen ten gronde gericht en ladingen energie verslonden waarvan de productie bepaald onvriendelijk is in haar uitwerking op het klimaat. Ja, elektrische auto’s zijn schoner. Maar het gunstige effect daarvan wordt ongedaan gemaakt als er alsmaar steeds meer van komen. Van particulier autoverkeer als zodanig dienen we gewoon af. En het aanleggen of verbreden van wegen is een vijandige daad waartegen actie, van vriendelijk tot en met snoeihard, nodig is.

We dienen wegenaanleg dus net zo te bejegenen als de bouw van nieuwe varkensstallen: als oorlogsverklaringen aan de natuur en daarmee aan ons. Voor energiecentrales die op fossiele brandstoffen werken geldt hetzelfde. Tegenwerken, dwarsbomen, saboteren, blokkeren, om ze tegen te houden en om ze weer weg te krijgen waar tegenhouden niet is gelukt. Zodat dit soort sectoren zo omstreden raken dat ondernemers het weggegooid geld beginnen te vinden en overheidsbestuurders hun vingers niet meer aan willen branden. Dat is een lange weg. Maar de eerste stappen kunnen we vandaag al zetten.

Intussen verdedigen we maar beter met hand en tand de resterende bossen en bomen, die immers CO2 uit de lucht halen en vasthouden. Het kappen van een boom is een aanval op het klimaat, een daad van agressie. Het kappen van een heel bos betekent oorlog. Tegen die bomen, tegen de planten die er groeien en de dieren die er wonen. Tegen ons allemaal, want elk bos minder betekent weer een buffer minder tegen de klimaatontwrichtende werking van CO2 in de atmosfeer. Bossen kappen is de planeet onleefbaar maken.

Weinig actievormen zijn daarom bij voorbaat te hard en te drastisch als het er om gaat om het slopen van bossen te bestrijden. Gelukkig zijn juist relatief vreedzame vormen best effectief, vooral als ze breed worden gedragen zodat onderdrukking ervan de machthebbers niet makkelijk valt. Hoe dan ook, wat mij betreft is onze houding: we verdedigen iedere boom en elk stuk bos tegen welke dreiging van kap en sloop dan ook. Met hand en tand, tot het uiterste. In Duitsland is bosbezetting al een verheugend wijd verspreid verschijnsel. CrimethInc. schreef er een leerzaam stuk over.(1) In Nederland zijn er campagnes rond Amelisweerd bij Utrecht tegen kap vanwege een snelweg, en ook en ter verdediging van het Sterrebos in Limburg.(2) Meer van dit soort activiteit is zeer welkom, graag ook in onderlinge verbinding.

Is het genoeg?

Nu kun je met gegronde reden denken: al die strijd op al die terreinen, is het genoeg? En er was toch haast bij? Kleinschalige acties, voor veganistische maaltijden in kantines, tegen aanleg of uitbreiding van nog meer en nog grotere varkensstallen, tegen het kappen van weer een bos, redden we het daarmee? Gaat dat tijdig zodanige effecten hebben dat de uitstoot van broeikasgassen voldoende terugloopt om die 1,5 graad temperatuurstijging voor te blijven? Het klinkt niet aannemelijk. Het zijn op zichzelf speldenprikken. Toch zijn ze te verkiezen boven die grootschalige technologische hoogstandjes waarmee ik deze tekst begon, in del 1 van deze serie. En in het verlengde van al die acties ligt veel meer.

In de eerste plaats: de acties zijn op zichzelf speldenprikken, maar de beetje werking ervan – een rem op varkensstallenbouw, iets minder klandizie voor de diervernietigingssector – begint direct. Niet pas over toen, vijftien of twintig jaar. In de tweede plaats: we brengen dit soort speldenprikken zelf toe, we hoeven de zaak niet uit te besteden aan politici , aan bedrijfsdirecties en dergelijke. In de derde plaats: een enkele speldenprik heeft nog weinig effect. Maak er een campagne van, met talloze veelvormige speldenprikken, en het effect neemt al toe. Wel eens in slaap proberen te komen in een slaapkamer met tweehonderd om je heen zwermende muggen?

Een varkensstal tegenhouden met een combinatie van acties, van ingezonden brieven tot en met terreinbezetting en sabotage, heeft op het grote geheel nog weinig effect. Maar als dit soort zaken vaker gebeuren, dan wordt het steeds minder interessant om in varkenshouderij geld te steken. Het idee is niet alleen dat een specifieke varkensstal er niet komt. Het idee is dat de hele bedrijfstak omstreden raakt, onaantrekkelijk voor investeerders, politiek riskant voor gemeentebesturen om steun aan te verlenen. Iets dergelijks geldt voor campagnes voor veganistisch eten in bedrijven en instellingen. De vanzelfsprekendheid van dierlijk voedsel wordt ermee doorbroken. Bij elkaar is dat al veel meer dan de speldenprikken op zichzelf.

Maar het helpt enorm als we in al dit soortacties en campagnes het grotere plaatje steeds naar voren schuiven. We vechten nu tegen bedrijf X. Maar we willen de hele klimaatdestructieve bedrijfstak waar bedrijf X deel van uitmaakt, opgedoekt zien. We werken op kleine schaal. We denken echter in het groot. En we maken daarbij het punt dat de rijken en machtigen fundamentele stappen kunnen zetten, maar het niet doen. We brengen dus de noodzaak tot ontmanteling van de veehouderij en alle bedrijfstakken die er aan vast zitten, naar voren.

Zo is er meer. We wijzen op de noodzaak om aan de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen een snel en volledig einde te maken. We eisen tegelijk het opdoeken van allerlei vormen van bedrijvigheid die geen levensvreugde brengen maar wel sloten met energie opslokken. Ik noem oorlog en oorlogsvoorbereiding, iets dat om levensreddende redenen sowieso natuurlijk hoort te stoppen. En wat al die tanks en vliegtuigen niet aan olie verbruiken! Kappen ermee, als het klimaat je lief is. Antimilitarisme is tegelijk milieustrijd en klimaatbeschermende actie. Ik noem ook advertising, de reclamebranche, waar ze ladingen energie verbruiken om mensen aan te zetten tot het consumeren van nog weer meer spullen en diensten. Die extra spullen en diensten slokken op hun beurt ook weer energie op. De bevordering van die consumptiegroei is zelf schadelijk. Elk beetje energie dat daar in opgaat, is dus dubbel energieverspilling.

Wij zijn – om bij het eerdere voorbeeld terug te komen – vooralsnog niet bij machte de veehouderij als bedrijfstak te ontmantelen. De overheid is dat wel, en tegelijk ook weer niet. Ze doet dat niet omdat ze niet wil, maar tevens omdat de prioriteiten van het systeem haar dat beletten. De veehouders en hun organisaties, toeleveranciers en kredietverschaffers kunnen het ook, en tegelijk ook weer niet. Ook zij vertikken het, gedreven door winstbejag maar ook door het idee dat mensen het volste recht hebben om dieren voor eigen gewin te misbruiken en te doden. Kunnen ze anders? Binnen dit systeem eigenlijk nauwelijks tot niet. Maar zou het daadwerkelijk tot sluiting van deze bedrijfstak komen, dan heeft dat op het klimaat ogenblikkelijk effect: de uitstoot van broeikasgas en het verbruik van veevoedergewassen waarvoor bossen worden gekapt, neemt onmiddellijk af. De stap is direct heilzaam. Hoe anders dan bij kerncentrales en andere grote technofix-projecten!

Ook als onze eis om de veehouderij te ontmantelen niet wordt ingewilligd, dan nog versterkt het keer op keer stellen van de eis het bredere bewustzijn: er zijn stappen mogelijk die zoden aan de dijk zetten. Degenen die de stappen weigeren te zetten hebben functies en titels, namen en adressen.

Tegelijk zijn ze ingebed in een systeem waarvan ze als het ware de dragers zijn. Actieve dragers, mee profiterende dragers, maar de werking van het systeem gaat hun afzonderlijke macht ook te boven. De strijd om zo’n destructieve bedrijfstak als de veehouderij gesloten te kregen, brengt ons met dat kapitalistische stelsel dus in botsing.

We ‘vragen’ immers om tegen de logica van dat systeem in te gaan. We doen dat zelf ook. We vallen specifieke kapitalisten – ‘boeren’, oftewel agrarische kapitalisten – aan vanwege wat feitelijk kapitalistisch, op winst gericht, gedrag is. We vallen kapitalistische prioriteiten aan. We vechten voor een wereld waarin dieren een waarde op zich zijn, geen gebruiksartikelen voor mensen. We willen een ander systeem, waarin dat bezettingsregime dat het industriële kapitalisme over menselijke en niet-menselijke natuur uitoefent, plaats maakt voor een wereld waar dieren, al dat niet menselijk, in vrijheid en gelijkwaardig kunnen leven.

Wat voor de strijd tegen veehouderij geldt, is eveneens met wat variaties toepasbaar op het gevecht tegen die andere klimaatdestructieve maatschappelijke activiteiten die ik al noemde. In de gevecht ten tegen de onderdelen ervan botsen we met de onderliggende prioriteiten en logica van het systeem.

Antikapitalisme: waarom en hoe?

De strijd tegen de klimaatcatastrofe is om al deze redenen een inherent antikapitalistisch gevecht. Hoe meer we ons dat bewust zijn, hoe sterker we staan. We gaan immers bij onze activiteiten steeds het argument tegenkomen: ‘maar dat is niet rendabel!’, ‘daar is geen markt voor!’ ‘dat past niet binnen de begroting’. Oftewel: het huidige systeem staat dit niet toe. Wie de kapitalistische markteconomie en bijbehorende bestuursmethoden accepteert, staat tegenover dat argument met lege handen. Dat argument brengt mensen er dan al gauw toe om te zoeken daar oplossingen die wel rendabel en marktconform en dergelijke zijn. Maar precies die oplossingen zijn inadequaat of erger.

De oplossingen zijn inadequaat omdat de markteconomie groei veronderstelt. Dus zelfs als je schoner en met minder energie produceert wordt dat effect teniet gedaan doordat je meer produceert. En het klimaat is buitengewoon kil en streng in dit soort zaken. Het klimaat denkt niet: ‘o, wat hebben de mensen hun best gedaan om de fabrieken schoner te krijgen! Per schoorsteen komt er nog maar een klein beetje CO2 uit. Laat ik dat belonen en minder snel opwarmen!’ Het klimaat reageert op hoeveelheden broeikasgas in de atmosfeer. Of die nu door duizend hele schone fabrieken of door een enkele hele vieze fabriek is voortgebracht. Het klimaat beloont geen inspanningen. Het klimaat reageert op hoeveelheden broeikasgas, met een ijzeren wetmatigheid waar de meest deterministische marxist slechts van kan dromen..

Zolang de productie – in welke bedrijfstak dan ook – op winst gericht blijft in een context van concurrentie en marktwerking, zit groei in de productie ingebakken. Precies die groei ondermijnt elke stap om productieprocessen schoner en klimaatvriendelijker te maken. In het voorbeeld van de diervernietigingsindustrie: vervang die compleet door plantaardige voedselproductie op commerciële basis… en de vernietiging van bossen zal doorgaan, in een lager tempo maar toch. Om die vernietiging te stoppen, moet die dwangmatige, door de concurrentie aangejaagde groei er uit. Maar precies dat groeistreven is een systeemkenmerk van het kapitalisme.

Om te voorkomen dat we onze keuzes binnen dat fatale model van dwangmatige groei blijven maken, is een antikapitalistische houding zeer behulpzaam. Met die houding kunnen we glashelder antwoorden als iemand op onze voorstellen zegt: ‘dit is niet rendabel!’ of zoiets: ‘dat maakt ons niet uit.’ Dat de noodzakelijke veranderingen niet passen binnen het huidige systeem, is jammer voor dit systeem. Wij gaan daar geen rekening mee houden want dat systeem zelf is een probleem. Antikapitalisme stelt ons in staat om de radicale, maar noodzakelijke stappen te zetten die we nodig hebben om de temperatuurstijging die gaande is, niet verder uit de hand te laten lopen, Antikapitalisme is daarmee levens- en klimaatreddend.

Dit is nadrukkelijk niet hetzelfde als: we moeten eerst het kapitalisme afschaffen, pas daarna kunnen we de economie en maatschappij zodanig omvormen dat we duurzaam, klimaat- en diervriendelijk kunnen produceren. Het is eerder andersom. We vormen, met allerhande campagnes klein en groot, met speldenprikken en meer, de maatschappij om in de richting van duurzaamheid, klimaat- en natuurvriendelijkheid, en tegelijk in de richting van vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.

Al die gevechten brengen ons in botsing met het kapitalisme, en met de staat. We streven ernaar dat dit systeem en de staat daar vroeg of laat onder alle, ook onderling gecoördineerde en elkaar versterkende speldenprikken, bezwijken. De val van het kapitalisme is dus niet de voorwaarde van effectief klimaatbeleid. Effectieve strijd tegen klimaatcatastrofe en dergelijke brengt de val van dat kapitalisme echter wel dichterbij. En dat is maar goed ook.

Noten:

1 ‘The Forest Occupation Movement in Germany – Tactics, Strategy, and Culture of Resistance’, CrimethInc., 10 maart 2021, https://nl.crimethinc.com/2021/03/10/the-forest-occupation-movement-in-germany-tactics-strategy-and-culture-of-resistance

2 Voor ‘Amelisweerd Niet Geasfalteerd’, zie: https://ikgadeboomin.org/ . Voor het Sterrebos, zie: http://redhetsterrebos.nl/

Peter Storm